📦 Vóór 14:00 besteld? Morgen in huis | 🚚 Gratis verzending | ⭐ 9,7/10 door ouders | 🏫 Ook door scholen gebruikt

📦 Morgen in huis | ⭐ 9,7/10 door ouders

Cito spelling groep 7 – Belangrijke spellingsregels, tips en voorbeelden voor de Cito 7 Leerling in Beeld-toetsen

Groep 7 spelling en werkwoordspelling:

 

Spelling

De belangrijkste spelling categorieën die je kind moet kennen zijn de volgende:

o   Woorden met th, zoals: methode, theorie, katholiek, thermosfles

o   Woorden op -tie, zoals: elegantie, perfectie

o   Woorden op -isch, zoals: fantastisch, economisch

o   Woorden met een trema, zoals: poëzie, ruïne

o   Woorden met meervoud op ‘s, zoals: pinda’s, accu’s, kiwi’s

o   Woorden met een y, zoals: hyena, baby, dynamiet

o   Woorden met een x, zoals: saxofoon, taxi, expres

o   Woorden met een c, zoals: contributie, recent, acteur, dictee

 

Werkwoordspelling

De tijden die worden bevraagd zijn de tegenwoordige tijd (ik-vorm + t), de verleden tijd (ik-vorm + de of + te) en het voltooid deelwoord (ge + ik-vorm + d of t).

Om de uitgang van de verleden tijd (-de of -te) en het voltooid deelwoord (-d of -t) goed te kunnen schrijven moet je ’t kofschip (x) gebruiken. Kijk niet naar de ik-vorm, maar kijk naar het hele werkwoord en haal dan -en weg:

 

Voorbeelden: welke is juist?

  1. a) Hij verhuisde / hij verhuiste
  2. b) Ik wachte / ik wachtte
  3. c) De kies werd verdoofd / de kies werd verdooft

 

  1. a) Het hele werkwoord is verhuizen: de z zit niet in ’t kofschip (x), dus verhuisde.
  2. b) Het hele werkwoord is wachten: de t zit wel in ’t kofschip (x), dus wacht-te.
  3. c) Het hele werkwoord is verdoven:de v zit niet in ’t kofschip (x), dus verdoofd.

 

Bij het dictee werkwoordspelling worden zinnen voorgelezen.

Let op:

Staat het werkwoord dat je moet opschrijven in het begin van de zin dan is het een persoonsvorm: tegenwoordige of verleden tijd.

Staat het werkwoord in de zin die wordt voorgelezen aan het einde van de zin, dan is het (bijna altijd) een voltooid deelwoord of het hele werkwoord.

 

Voorbeeld:

De man wachtte net zo lang tot de aankomsttijd was veranderd. (schrijf op : wachtte)

—>  ‘wachtte’ staat aan het begin van de zin en is dus persoonsvorm verleden tijd.

De man wachtte net zo lang tot de aankomsttijd was veranderd. (schrijf op : veranderd)

—>  ‘veranderd’ staat aan het einde van de zin en is dus een voltooid deelwoord.

 

Veel succes!